Q & A

  • Wat is CIPO?

    CIPO is de afkorting van Commissie Integriteit Publieke Omroep. De commissie is door de door de Raad van Bestuur (RvB) van de Stichting Nederlandse Publieke Omroep (NPO) ingesteld om te stimuleren dat de landelijke publieke omroepen, en ook de NPO zelf, de Gedragscode goed bestuur en integriteit publieke omroep naleven. Ook houdt CIPO toezicht op de naleving en is de commissie extern meldpunt voor klokkenluiders binnen de omroep.

    In artikel 2.3 van de Mediawet 2008 is bepaald dat de NPO een gedragscode moet opstellen ter bevordering van goed bestuur en integriteit bij de landelijke publieke media-instellingen en de NPO. De eerste versie van de code trad in werking op 1 januari 2006. Dat is ook de datum waarop CIPO van start ging. Instelling en taakstelling van CIPO zijn beschreven in Regeling B van de code.

  • Wie benoemt de leden van CIPO?

    Leden van de commissie worden benoemd door de Raad van Bestuur (RvB) van de NPO, op voordracht van CIPO. Dat geldt ook voor de voorzitter, omdat deze ook lid van de commissie is. Een zittingsperiode duurt vier jaar. Daarna kan een lid door CIPO éénmaal worden voorgedragen voor herbenoeming door de RvB, wederom voor een periode van vier jaar. CIPO bestaat uit maximaal vier onafhankelijke leden. De benoemingsprocedure is beschreven in Regeling B van de Gedragscode.

  • Hoe werkt CIPO?

    De commissie en het secretariaat van CIPO ondersteunen de landelijke media-instellingen en de NPO op verzoek bij vraagstukken van integriteit en ‘governance’ (de wijze waarop bestuur en intern toezicht geregeld zijn).

    Daarnaast doet CIPO in het kader van de toezichthoudende functie gevraagd en ongevraagd onderzoek en komt zij in actie na klokkenluidersmeldingen. Onze onderzoeken kunnen leiden tot adviezen en aanbevelingen, die vaak op onze website worden gepubliceerd. Meestal zal publicatie gebeuren in algemene bewoordingen. Als de aanbevelingen geen gehoor vinden, kan vollediger publicatie worden ingezet als pressiemiddel. Ook adviseert CIPO de Raad van Bestuur van de NPO over mogelijke aanpassing van de code.

    CIPO is geen bestuursorgaan en heeft daarom geen toezichthoudende taak in bestuursrechtelijke zin. CIPO gaat primair uit van stimulering; integriteit moet een onderdeel zijn van de bedrijfscultuur. Wel kan de Raad van Bestuur van de NPO gebruik maken van zijn wettelijke bevoegdheden ten aanzien van de media-instellingen.

  • Hoe verhoudt CIPO zich tot het Commissariaat voor de Media?

    CIPO is een commissie in het kader van -wettelijk voorgeschreven- zelfregulering, zonder bestuursrechtelijke bevoegdheden. Daarmee oefent CIPO zogenoemd ‘horizontaal toezicht’ uit.

    Het CvdM is op grond van artikel 7.1 van de Mediawet 2008 aangewezen als toezichthouder belast met de uitvoering van taken die hem zijn opgedragen bij of krachtens de Mediawet 2008, waaronder ook het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften die zien op de integriteit en de bestuurlijke organisatie van de NPO en de landelijke publieke media-instellingen. Het CvdM oefent daarmee ‘verticaal toezicht’ uit.

    CIPO en het CvdM hebben raakvlakken in hun respectievelijke taakvervulling. Om een efficiënte en doelgerichte uitoefening van de aan hen opgedragen taken te bevorderen, hebben CIPO en het CvdM een samenwerkingsprotocol opgesteld, dat op deze website is gepubliceerd.

  • Voor wie geldt de Gedragscode?

    De Gedragscode goed bestuur en integriteit publieke omroep is op grond van artikel 2.3, tweede lid, van de Mediawet 2008, door de raad van bestuur van de NPO vastgesteld ter bevordering van goed bestuur en integriteit bij de landelijke publieke media-instellingen en de NPO. De code geldt voor medewerkers die krachtens arbeidsovereenkomst werkzaam zijn, alsmede voor de bestuurders, waaronder directeuren, en toezichthouders.

    De media-instellingen en de NPO nemen in overeenkomsten met opdrachtnemers, waaronder in opdrachtovereenkomsten, een bepaling op waardoor de opdrachtnemer zich conformeert aan de Gedragscode. De reikwijdte van de code is hiermee vergroot ten opzichte van de code die van kracht was van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2011.

  • Kan een landelijke publieke media-instelling afwijken van de Gedragscode?

    Van de landelijke publieke media-instellingen en de NPO wordt verwacht dat zij zich houden aan de bindende richtlijnen 2 t/m 4. Toch kunnen er gerechtvaardigde redenen zijn om van een bepaling af te wijken. Op de gedragscode is het principe ‘pas toe of leg uit’ van toepassing. Dat wil zeggen dat afwijkingen moeten worden gemotiveerd in het openbare jaarverslag van de instelling.

    CIPO toetst de rechtvaardiging van afwijkingen van de gedragscode. Richtlijn 1 is door de Raad van Bestuur van de NPO vastgesteld als aanbeveling, maar op grond van artikel 2.142a, tweede lid, van de Mediawet 2008, dienen de NPO en de media-instellingen de aanbevelingen van Richtlijn 1 wel zoveel als mogelijk te volgen.

  • Wie kan een beroep doen op de klokkenluidersregeling?

    Alle medewerkers van de landelijke publieke media-instellingen en van de NPO. Medewerkers in de zin van de gedragscode zijn in ieder geval diegenen die krachtens arbeidsovereenkomst werkzaam zijn bij een media-instelling, bestuurders (waaronder directeuren) en toezichthouders van een media-instelling.

  • Kan ik anoniem gebruikmaken van de klokkenluidersregeling?

    Anonieme meldingen kunnen niet worden geverifieerd en zullen daarom niet in behandeling worden genomen.

    De klokkenluidersregeling staat open voor medewerkers met een arbeidsovereenkomst, directeuren, bestuurders en toezichthouders van de landelijke publieke media-instellingen en de NPO. Om zorgvuldig om te gaan met meldingen beschrijft de klokkenluidersregeling een procedure waarbij een vermoeden van een misstand in beginsel eerst binnen de eigen organisatie moet worden gemeld.

    Als de interne procedure niet kan worden gevolgd of als intern niet voldoende adequaat wordt gereageerd kan een vermoeden van een misstand worden gemeld bij CIPO. Een beroep op de klokkenluidersregeling wordt zorgvuldig en vertrouwelijk behandeld.

  • Wat is een ‘q.q.-nevenfunctie’?

    De afkorting q.q. staat voor qualitate qua, wat uit hoofde van of in de hoedanigheid van betekent. Zo’n functie is verbonden aan of vloeit voort uit de hoofdfunctie. Daarom loopt ook de duur van een q.q.-functie gelijk met die van de hoofdfunctie: bij beëindiging van de hoofdfunctie eindigt ook de q.q.-functie.

    Of een bepaalde nevenfunctie uit hoofde van de hoofdfunctie wordt verricht, wordt mede bepaald door de feitelijke context. Bij twijfel verdient het aanbeveling daarover te spreken met de leidinggevende of de compliance officer. CIPO raadplegen kan ook.

    De kosten voor het vervullen van de ‘q.q.-nevenfunctie’ moeten worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend. Andere inkomsten uit een ‘q.q.-nevenfunctie’ zijn niet toegestaan. Eventueel ontvangen andere inkomsten dienen daarom in de kas van de desbetreffende media-instelling te worden gestort.

  • Kan ik bij CIPO een klacht indienen over een programma?

    Nee, dergelijke klachten moet u indienen bij de omroep die het programma uitzond. Omroepen zijn, binnen wettelijke kaders, vrij om de vorm en inhoud van hun programma’s te bepalen.

    Vindt u dat een programma schadelijk is voor jongeren onder de zestien jaar, dan kunt u een klacht indienen bij de klachtencommissie van het NICAM (Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media). Informatie hierover vindt u hier.