Registers nevenfuncties belangrijke journalistieke functionarissen

Met de inwerkingtreding van de Governancecode Publieke Omroep 2018 is de al bestaande bepaling over het openbaar maken van nevenfuncties van topfunctionarissen uitgebreid. Op grond van het nieuwe artikel 2.10 worden nu ook de nevenfuncties van belangrijke journalistieke functionarissen in een openbaar register op internet opgenomen. Volgens de begrippenlijst van de code zijn onder belangrijke journalistieke functionarissen in ieder geval te verstaan hoofdredacteuren en gezichtsbepalende presentatoren.

De code bevat geen definitie van het begrip journalistiek. CIPO vindt het werkbaar als omroepen voor de toepassing van artikel 2.10 aansluiten bij het systeem van de zogenoemde CCC-codes, in combinatie met de huidige toepassing daarvan door de ombudsman van de NPO. CCC staat voor Crossmediale Content Classificatie; een systeem om het aandeel van bijvoorbeeld cultuur of educatie in de totale programmering te meten. De ombudsman gaat niet over alle programma’s, maar volgt en onderzoekt de journalistieke uitingen van de publieke omroepen. Deze vallen binnen de genres nieuws (111), actualiteiten (112), actuele meningsvorming (121), meningsvorming (122), actuele sportinformatie (210) en radio opiniërend (129). Een indicatie van de programma’s die het betreft is te vinden bij de ombudsman. Deze lijst wordt periodiek bijgewerkt.

Dit systeem volgend, worden dan in het register opgenomen de nevenfuncties van in ieder geval hoofdredacteuren en gezichtsbepalende presentatoren van deze programma’s. Daarbij wordt per functie vermeld of er een vergoeding voor wordt ontvangen.

Soms nevenfuncties eindredacteur in register
De ratio achter het reguleren van de nevenfuncties en de bijbehorende openbare registratie is dat het publiek erop moet kunnen vertrouwen dat publieke informatievoorziening onafhankelijk is. Als een omroep geen hoofdredacteur heeft, worden in het register vermeld de andere functionarissen die een belangrijke invloed (kunnen) hebben op de inhoud van de journalistieke programma’s, bijvoorbeeld eindredacteuren.

Opdrachtnemers
Sommige presentatoren zijn geen werknemer van de omroep, maar opdrachtnemer. In de inleiding van de code staat dat mediaorganisaties (media-instellingen en de NPO) in overeenkomsten met opdrachtnemers een bepaling opnemen waardoor opdrachtnemers zich conformeren aan de Principes van de Gedragscode. Als de code onverkort op opdrachtnemers van toepassing zou worden verklaard, loopt men het risico dat de Belastingdienst de opdrachtnemer als werknemer aanmerkt.

Als een opdrachtnemer bereid is alle nevenfuncties door de omroep te laten vermelden is daar niets tegen. Voor andere gevallen is het van belang kenbaar te maken dat de omroep met opdrachtnemers afspraken heeft gemaakt ter voorkoming van het verrichten van functies die voor de omroep -mede gelet op de code- ongewenst zijn.

Registers in relatie tot de AVG
Bij het publiceren van registers moeten ook de bepalingen van de AVG in acht genomen worden. In het bijzonder wanneer sprake is van zogenoemde ‘bijzondere persoonsgegevens’ moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt. Bijzondere persoonsgegevens zijn gegevens over iemands:

– ras of etnische afkomst;
– politieke opvattingen;
– godsdienst of levensovertuiging;
– lidmaatschap van een vakbond;
– genetische of biometrische gegevens met oog op unieke identificatie;
– gezondheid;
– seksuele leven;
– strafrechtelijk verleden.

Is sprake van bijzondere persoonsgegevens, dan zal de afweging moeten worden gemaakt of publicatie via internet het geëigende middel is voor transparantie rond nevenfuncties. Er kan voor worden gekozen bepaalde gegevens in geanonimiseerde vorm op de website te plaatsen. De verwerking van bijzondere persoonsgegevens is onder meer toegestaan indien iemand uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de verwerking van zijn/haar persoonsgegevens.

Afbakening nevenfuncties
Ter voorkoming van ruis is het zinvol slechts die nevenfuncties van de topfunctionarissen en belangrijke journalistieke functionarissen in het register op te nemen die op zijn minst enig raakvlak hebben met de functie van betrokkenen bij de omroeporganisatie. Overigens onderscheidt CIPO niet tussen ‘nevenbetrekkingen’, ‘nevenwerkzaamheden’ en ‘nevenfuncties’.

Voor de vraag of een nevenfunctie in het register moet worden opgenomen is niet bepalend of voor de nevenfunctie een vergoeding wordt ontvangen.

Ten overvloede
Ook op nevenfuncties die niet in het register moeten worden vermeld, moet een toets op toelaatbaarheid worden toegepast zoals beschreven in artikel 2.6 en verder van de code.