Principe 5 – Raad van toezicht (Aanbeveling)

De raad van toezicht is deskundig en onafhankelijk en richt zich bij het vervullen van zijn taken, met inachtneming van wet- en regelgeving en de statuten, naar het belang van de mediaorganisatie en de uitvoering van de publieke mediaopdracht.

5.1

Taken en bevoegdheden van de RvT zijn in ieder geval het:

  1. toezicht houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken bij de mediaorganisatie, waaronder het toezicht op de naleving van de Governancecode;
  2. adviseren van het bestuur;
  3. benoemen, schorsen en ontslaan van het bestuur, tenzij in de wet anders is bepaald;
  4. goedkeuren van de begroting;
  5. goedkeuren van de strategie en voorgenomen fusies.

Als de mediaorganisatie een vereniging is, kan, indien gewenst, worden bepaald dat de taken genoemd onder c, d en e worden verricht door de Algemene (leden)vergadering (ALV), dan wel door een daaruit voortkomende leden- of verenigingsraad.

5.2

Taken en bevoegdheden van de RvT zijn helder vastgelegd in de statuten. Indien de mediaorganisatie een vereniging is, worden in de statuten ook de bevoegdheden ten opzichte van de Algemene (leden)vergadering helder vastgelegd.

5.3

De taakverdeling binnen de RvT wordt, evenals zijn eigen werkwijze en het verkeer met het bestuur, beschreven in de statuten of in een reglement.

5.4 Benoeming, schorsing en ontslag RvT

De mediaorganisatie regelt in de statuten de werkwijze en bevoegdheden voor het benoemen, schorsen en ontslaan van leden van de RvT, tenzij in de wet anders is bepaald.

5.5 Profielen

De RvT stelt, met inachtneming van artikel 5.7 en de desbetreffende bepalingen in de Mediawet 2008, een openbaar profiel vast voor de omvang en samenstelling van de RvT, rekening houdend met de aard van de organisatie, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van leden van de RvT. Het profiel wordt in elk geval bij het ontstaan van een vacature geëvalueerd, zo nodig herzien en vervolgens gepubliceerd op de website van de Mediaorganisatie. De leden van de RvT worden op openbare wijze geworven aan de hand van het vooraf vastgestelde profiel.

5.6 Competenties

Elk lid van de RvT dient geschikt te zijn om de hoofdlijnen van het totale beleid te kunnen beoordelen. Elke toezichthouder beschikt daarnaast over specifieke deskundigheid die noodzakelijk is voor de vervulling van zijn taak, binnen zijn rol zoals beschreven in de profielschets.

5.7 Onafhankelijkheid

De RvT is zo samengesteld dat de leden onafhankelijk en kritisch kunnen opereren ten opzichte van elkaar, van het bestuur en van welk deelbelang dan ook Er is sprake van een zo evenwichtig mogelijke samenstelling wat betreft geslacht, leeftijd, deskundigheid, sociale-, culturele-, bedrijfsmatige- en media-achtergrond van zijn leden.

5.8 Zittingsduur

De zittingstermijn voor leden van de RvT is beperkt tot vijf jaar. Bij gebleken geschiktheid is herbenoeming één keer mogelijk, voor een gelijke periode.

5.9

Indien een toezichthouder van een mediaorganisatie (ook) toezichthouder wordt van de fusie- of samenwerkingsomroep waarbij die mediaorganisatie is betrokken, wordt de zittingsduur van die toezichthouder niet op nul gesteld, maar telt de reeds verstreken zittingsduur mee voor het bepalen van de maximale zittingsduur bij de fusie- of samenwerkingsomroep.

5.10

De RvT stelt een rooster van aftreden vast waarmee wordt voorkomen dat veel toezichthouders tegelijk aftreden. Het rooster van aftreden is openbaar.

5.11 Informatie

De RvT heeft toegang tot alle informatie vanuit de organen en onderdelen van de mediaorganisatie, die voor de uitoefening van zijn taken noodzakelijk is.

5.12

De RvT komt ten minste vier maal per jaar bijeen.


5.13

Als een lid van de RvT frequent niet deelneemt aan vergaderingen van de RvT, wordt hij daarop door de voorzitter aangesproken. Het jaarverslag van de RvT vermeldt in welke mate de leden aan vergaderingen hebben deelgenomen.

5.14

Een lid van de RvT treedt af bij structurele onverenigbaarheid van belangen of wanneer dit om een andere zwaarwegende reden naar het oordeel van de RvT noodzakelijk is, tenzij in de wet anders is bepaald.

5.15 Vergoeding RvT

De vergoeding voor leden van de RvT wordt vastgesteld door het orgaan dat de leden van de RvT benoemt, met inachtneming van de WNT.

5.16

De mediaorganisatie verstrekt aan toezichthouders geen persoonlijke leningen, garanties etc.

5.17

De mediaorganisatie maakt jaarlijks de vergoedingen van toezichthouders openbaar met inachtneming van de WNT en het Handboek Financiële Verantwoording. Daarbij wordt in ieder geval de vergoeding per verslagjaar weergegeven voor de voorzitter, voor een gewoon lid en voor de toezichthouders tezamen.